71 jaar

‘Ha pappa, gefeliciteerd!’

‘Dankjewel, ik word oud.’

‘Nee hoor, jij kan nog heel wat jaren mee.’

‘Nou, laten we dat dan maar doen. Hoe is het met mijn liefhebbende dochter? De kinderen? Is Aiden nog een keer uit zijn ledikant geklommen?’

‘Ja, het wordt nu echt tijd voor een bed.’

‘De tijd vliegt.’

De tijd vliegt inderdaad, zonder jou. Vandaag had je 71 jaar moeten worden en had ik met je gebeld. Je stem klinkt steeds verder weg, wanhopig klamp ik hem vast. Nog even en hij glipt weg…

Waarom?

Advertenties

Levenseinde

‘Intuberen, nu!’ hoort hij de arts zeggen. Hij stikt zowat in zijn eigen bloed, maar wil per se nog iets zeggen. ‘Ik wil kwaliteit van leven, geen kwantiteit.’

Woorden die al weken op zijn lippen liggen, worden eindelijk uitgesproken. Het is geen geheim meer. De arts knikt. ‘Ik begrijp het.’ Een machteloos gevoel overvalt hem. Hij wil zijn dochters niet alleen laten, maar zo verder kan hij ook niet. Dit is geen leven meer… Het wordt zwart voor zijn ogen.

Hij ziet zichzelf liggen in bed. Een koord verbindt hem met zijn lichaam. De verpleegster haalt zijn tube eruit. Een gesnurk vult de kamer. Voor het eerst hoort hij zijn eigen gesnurk. Het is inderdaad luid. Zijn dochter houdt zijn hand vast, haar andere hand rust op haar opbollende buik. De geboorte van zijn tweede kleinkind maakt hij niet meer mee. Zijn andere dochter houdt zich afzijdig. Niet omdat het haar niks doet, weet hij. Integendeel. Twee totaal verschillende meiden, maar hij heeft ze alle twee even lief. Was dit het dan? Angst overvalt hem. Nu moeten ze zonder hem. Zijn vrouw is jaren geleden al overleden. Sara laat zijn hand los: ‘Ik ga hier weg. Straks hou ik hem tegen met mijn angst.’ Ze verlaat de kamer. Hij huilt. Hij vraagt zich af, waarom hij niet kan blijven. Kwaad probeert hij tevergeefs weer in zijn lichaam te komen.

Ze staan allemaal om zijn bed. Zijn borst gaat met steeds langere tussenpozen op en neer. Dan breekt het koord.

Nijntje

De plechtigheid begint. Vooraan zit het bruidspaar.

Wij strategisch achteraan, vlakbij de uitgang.

Na een half uur, twee liga’s en een cracker vindt Aiden het welletjes. De voorganger start een gebed. Aiden zet luid in:

🎶’Nijntjeeee, lief klein koniiiijjjntjeee…’🎶

Wij sussen met een vinger voor onze mond.

Aiden schalt nog wat harder: ‘ZING MEE!’

Gelach vult de zaal. Aiden zingt uit volle borst door, de akoestiek in een kerk bevalt hem wel. Een man kijkt herhaaldelijk geërgerd achterom.

Ik schenk hem mijn dodelijkste blik. Bij het verlaten van de kerk loop ik achter hem.

In gedachte zie ik hem struikelen over de drempel.

Eerste ontmoeting

Zenuwachtig stap ik uit de trein uit Groningen. Ik herken hem niet direct van de foto, pas als ik dichterbij sta.

Hij draagt een petje en een trainingspak. Ok.

Dit is echt zo niet mijn type. Dan zegt hij: “Hoi” en steekt zijn hand uit. Zijn stem klinkt anders dan ik in mijn hoofd had. Zwaarder.

Ik pak zijn hand en kijk hem aan. Dan gebeurt er iets. Wat een mooie ogen. Grote, diepblauwe.

Hij glimlacht.

Oh nee he… Daar ga ik.

Met een Rotterdammer.

De ballon

Ik loop met mijn dochtertje de boekwinkel in. Binnen 1 minuut staat ze met zo’n verschrikkelijk roze tijdschrift met glitters voor mijn neus. Ze vraagt met haar liefste stemmetje:

‘Mamma, mag ik deze?’

‘Nee, vandaag niet Tess.’

Haar gezicht betrekt.

‘Aaaaah toeeeee?’

‘Nee.’

Haar ogen spuwen vuur.

‘Maar mijn lippenstift is op!’

Ze wijst naar het fluoroze lippenstiftje die bij het tijdschrift hoort.

‘Nee. Zet het maar op je verlanglijstje voor Sinterklaas.’

Ondertussen probeer ik snel af te rekenen, want ik zie de bui alweer hangen. Daar heb je het al. Woest gooit ze het tijdschrift op de grond.

‘Ik wil hem hebben!!!’

‘Nee, en als je zo doorgaat ga ik niet meer samen met jou winkelen. Je raapt het op en legt het netjes terug.’

De caissière zegt:

‘Ach meisje toch, wil je een ballon? Ga je dan weer lachen?’

‘Ja!!!’ zegt Tess blij.

In één klap is mijn poging tot opvoeden weg gevaagd.

Zo’n ochtend

six white ceramic mugs
Foto door rawpixel.com op Pexels.com

De wekker gaat. Zoals elke ochtend sta ik moeizaam op. Wat haat ik de ochtenden. Mijn dochtertje komt haar kamer uit met een wintertrui aan.

‘Dat is te warm. En de schoolfotograaf komt. Dus aantrekken wat ik had klaar gelegd.’ zeg ik.

‘Nee! Ik wil deze aan.’

‘Tess je trekt aan wat ik heb klaargelegd.’

Ik neem mijn jongste op mijn arm en ga naar beneden. Ik zet Aiden met vieze luier in de box. Ontbijt klaarmaken heeft nu eerst prioriteit. Ik neem het risico dat er een poepinvasie komt in een te volle luier.

Tess komt niet. Ik roep dat ze moet komen. Geen reactie. Ik loop naar boven. Mijn man ritst net de wintertrui dicht.

‘Tess! Trek de kleren aan die ik had klaar gelegd!! Dit is te warm!’

Hij: ‘Ja, dat zei ik ook al!’

Ik ga weer naar beneden verder met het ontbijt. Tess komt naar beneden. Met een ander shirt aan dan ik had klaar gelegd. Met vlekken. Ik sta op het punt uit m’n slof te schieten, maar ik kijk naar het shirt en besluit dat dit shirt eigenlijk beter past voor de schoolfotograaf. Ik pak een doekje om de vlekken eruit te schrobben. Kinderen eten traag hun broodje op. Het is al laat. Oh ja, Aiden z’n luier. Geen tijd meer om een ander pakje aan te trekken voor de fotograaf. Ach, de vlekken zitten aan de onderkant van zijn kleding dus die komen toch niet op de foto. Ik zeg 10 keer tegen Liam dat hij zijn sandalen aan moet trekken.

‘Mamma, wil je niet zo schreeuwen tegen me?’

‘TREK DAN JE SANDALEN AAN!!!’

Goed, we kunnen gaan. Wauw, geen één kind hoeft te plassen. Scheelt weer. Ik kan mijn sleutels niet vinden. Na een paar minuten zoeken vis ik ze uit mijn werktas. Het is 8.25. We rennen naar de auto. Nou ja, ik ren, de kinderen slenteren.

Ik: ‘Liam, wil je soms te laat komen?’

‘Ja.’

Op school om 8.35. Er staat een ellenlange rij voor de schoolfotograaf. Dit ga ik niet doen met drie kinderen. Ik stuur Liam en Tess eerst naar hun klas. Liam gaat buiten spelen. Een moeder in de rij zegt:

‘Ja, ik laat Joep hier wachten hoor. Want ze gaan buiten spelen. Dus dan staat hij straks met een zandberg op z’n hoofd op de foto.’

Oh ja. Shit. Ik sta een half uur in de rij, gelukkig krijg ik koffie. Ondertussen keutelt Aiden wat rond. Ik pluk hem steeds van de trap. In de rij hoef ik toch niet te staan, ik ben de laatste. Om mij heen zie ik allemaal kinderen met matchende kleding. Mijn kinderen hebben blauw, groen en wit aan. Ik ben bijna aan de beurt en haal Tess uit haar klas.

‘Kom Tess, je moet op de foto.’

‘Nee, ik ben met zand aan het spelen.’

‘Tess, kom op, je moet op de foto, je bent aan de beurt. Het is maar even, daarna mag je weer verder spelen.’

‘Nee.’

‘Tess, ik vind het zo leuk als ik een mooie foto van jullie allemaal heb.’

Het werkt! Ze loopt mee. Liam komt met een klein beetje tegenstribbelen in één keer. HOERA. Volgende missie. Drie kinderen op de foto krijgen die blijven zitten. Ik veeg nog snel Aidens groene snottebel weg en veeg het zweet van Liam zijn neus. Aiden wil niet. Die wil lopen. Ik sta op het punt te zeggen dat het maar zonder Aiden moet, als de fotograaf besluit Aiden in een kistje te zetten. Het werkt! En Liam en Tess luisteren uitstekend naar de fotograaf. Ik geef de fotograaf blij een schouderklopje:

‘Wauw, dat het je gelukt is!’

‘Mij lukt altijd alles.’ Helemaal in zijn nopjes laat hij de foto op zijn fototoestel aan het andere publiek zien.

‘Zo één heb ik nog nooit gemaakt!’

Ik bekijk de foto en moet toegeven: ze staan er écht leuk op. Ik zeg dat ook blij tegen de kinderen, dat ik het fijn vind dat ze zo goed hebben geluisterd. Ik lever de kinderen weer af en ga naar huis.

En drink een sloot koffie.

Rebelse Vrije Ziel

Aan haar loopje kun je het al zien

Niet te vangen

En als je het probeert

Kijkt ze je dreigend aan

Met rechte rug.

En zorgeloze armen

Loopt ze stoer de wereld in

Felblauwe ogen. Die lachen Of vuurspuwen…

Een keurslijf past haar niet

Zeggen wij groen dan zegt zij paars

Zij komt er wel

Mijn dochter ❤️